Tarak lag stil onder de doornstuiken. Blaren, schrammen, blauwe plekken hij voelde ze nauwelijks meer. Hij was half verdoofd. Nu pas drong de kou tot hem door. Hij rilde over heel zijn lijf. Het was de kou van de angst en van de spanning. Hier onder deze doornige struiken besefte hij pas wat hem allemaal was overkomen en wat een geluk hij had dat hij nog leefde. Maar wat nu? Het rillen werd wat minder, maar hij besloot toch nog maar even te blijven liggen.
Dan buigen de doornige takken boven zijn hoofd opzij. Hij hoort gegil en gezang. Dichterbij komt het. Grote mannen en vrouwen springen en dansen met speren en messen en schieten geweren leeg in de lucht, waar vier gouden ballen door elkaar tollen. Sommigen mensen dragen fakkels. Dreigend komen ze op hem af.
Maar nu is hij niet bang meer. Hij weet dat het de leden van zijn stam zijn. Met dans en gezang wordt hij door hen verwelkomd. Hij wordt overeind geholpen en naar een gouden troon gedragen. Daar wordt hij neergezet. De gouden ballen zijn verdwenen.
Hem wordt verteld dat hij nu een man is. Zijn nieuwe naam is Tararak. Dat betekend Tarak die rare gevaren overleeft.
maandag 20 oktober 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten