Hij draaide zich weer. Wilde het donkere gat bestuderen. Op dat moment hoorde hij grommende geluiden en zag hij wat bewegen in het gat. Plotseling kwamen er leeuwen naar buiten gerend, zo klein als mieren, formaat muis voor hem nu. Ze waren ergens voor op de vlucht, zagen het water en zagen maar één uitweg, hem. Mijn uitgestrekte klauwen werd hij besproken, zijn huid zal al gauw vol bloederige krassen. Hij sloeg wild om zich heen. Sommigen vielen in het water. Enkelen tuimelden door de kier naar buiten, de diepte in.
Al gauw werd duidelijk waar de leeuwen voor op de vlucht waren. Nu kwam er een olifant luid toeterend te voorschijn, de oren weid uitgespreid, slurf in de lucht. De olifant deinsde op het laatste ogenblik terug voor het water. Toen begon alles weer te draaien, olifant, leeuwen, water en hij vielen over elkaar. Waar ze zich in bevonden, het moest wel een vogel zijn, werd duidelijk niet goed. Door de bewegingen in haar keel werd ze misselijk en kwamen er nog meer voedselresten naar boven. De zure lucht deed ook hem geen goed. Een halve vissenstaart vloog rakelings langs zijn oor. Verder tuimelden ze naar beneden terwijl steeds meer voedsel de bek verliet. Met een harde plof landden ze op de grond. Hij zat tussen de etensresten, de leeuwen en de olifant vluchtten verschillende kanten uit. Voor hem zat een enorme pelikaan te hijgen. Hij liet zich op zijn zij rollen, tussen de struiken. De pelikaan leek zich weer een beetje bijeen te hebben geraapt. Nam een aanloopje en vloog weer weg. ...
dinsdag 14 oktober 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten